Missie & Visie

De kerk van de Zevende-dags Adventisten, beter bekend als Adventkerk, is ontstaan in het midden van de 19e eeuw, als één van de in die tijd zo populaire opwekkingsbewegingen. Inmiddels is ze uitgegroeid tot één van de meest verspreide protestants-christelijke kerken ter wereld.

Ruim twintig miljoen mensen, verdeeld over vrijwel alle landen rekenen zich tot het adventgeloof. In Nederland zijn dat er zo¹n twaalfduizend.

In de naam van hun kerk komt hun hoop tot uiting: ze verwachten de spoedige wederkomst van Jezus, zoals die beloofd is in Gods woord, de Bijbel. Daarin staat dat Jezus zal terugkomen in letterlijke zin, op een wijze die voor iedereen zichtbaar zal zijn.

Adventisten beschouwen de Bijbel als het geïnspireerde woord van God. Een boek waaraan de herkomst en de toekomst van de mens ontleend kan worden en dat waardevolle adviezen bevat voor het dagelijks leven, samengevat in de Tien Geboden.

Om die reden nemen adventisten elk deel van de Bijbel serieus. Vanaf het scheppingsverhaal tot aan de openbaringen over het einde van onze wereld. Dat betekent dat adventisten niet uitgaan van een oerknal of het evolueren van aap tot mens, maar de rechtstreekse hand van God zien in alles wat geschapen is: Planten, dieren en mensen.

Respect voor het leven staat centraal bij adventisten. Wetenschappelijk onderzoek leert dat adventisten door hun gezonde leefwijze gemiddeld langer leven en minder vatbaar blijken voor veel ernstige ziekten.

Naast een verantwoord consumptiepatroon nemen adventisten hun verantwoordelijkheid door milieubewust te leven en door geen wapens op te nemen tegen hun medeschepselen. Ze dragen die leefwijze uit in hun eigen omgeving en wereldwijd. Onder meer door het grootste protestantse ontwikkelingswerk met tienduizenden artsen, verpleegkundigen en onderwijsgevenden in de derde wereld.

Profetische bijbelboeken maken in de Adventistische visie duidelijk dat dat moment niet lang meer op zich laat wachten. Die wederkomst brengt heel veel veranderingen met zich mee. Alle ellende zal verdwijnen, ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, rijken en armen en rassen onderling zal worden weggenomen en doden zullen opstaan uit hun graven.

Bij zijn schepping heeft God de mens aangesteld om alles wat geschapen is op een verantwoorde wijze te beheren. Hij verschafte de mens daartoe uiteenlopende talenten, met de opdracht die tot ontwikkeling te brengen en ten goede te laten komen aan het welzijn van iedereen.

Allereerst past in die opdracht een verantwoord zorgen voor het eigen lichaam. Adventisten beschouwen het menselijk lichaam als een tempel, van de Heilige Geest en proberen er vanuit die visie zorgvuldig en verantwoord mee om te gaan.

Hoewel Zevende-dags Adventisten geloven dat zij een bijzondere opdracht hebben om Christus spoedige wederkomst (dus het op handen zijnde einde van deze wereld) aan te kondigen, geloven zij niet dat de evangelieverkondiging zoals die door adventisten wordt voorgestaan, alléén zaligmakend is.

Een nieuwe aarde staat niet open voor leden van een bepaalde kerk, maar voor allen die naar eer en geweten het offer van Christus aanvaarden en hun leven daarnaar inrichten.

Zevende-dags Adventisten geloven dat Gods volgelingen te vinden zijn in alle christelijke kerken. Alle kerken die het evangelie van Christus verkondigen hebben een wezenlijke functie in Gods verlossingsplan voor deze wereld. Adventgelovigen hebben grote waardering voor medechristenen in andere kerken, die zich inzetten voor een betere wereld in het perspectief zoals de Bijbel dat geeft.

Omdat de wederkomst ook een oordeel zal inhouden leggen Adventisten in hun prediking grote nadruk op het verkondigen van de laatste waarschuwingsboodschap voor deze wereld. Zij dringen er bij iedereen op aan om op tijd (nu dus, voor het moment dat Christus terugkomt!) en daadwerkelijk voor een leven met God te kiezen en zich met Hem te laten verzoenen.

Zoals God op de zevende dag van de week rustte van zijn scheppingswerk en de mens in het vierde gebod vroeg hetzelfde te doen, zo vieren adventisten elke zaterdag de sabbat als rustdag.

Op die dag denken ze aan Gods schepping van hemel en aarde terug en genieten ze van het herscheppende (recreatieve) karakter dat God er aan toekende.

Die betekenis verschilt wezenlijk van de door mensen ingestelde zondagsviering waarin de opstanding van Christus uitgangspunt is. Adventisten vieren de opstanding van Christus met Pasen en gedenken zijn dood met de viering van het Heilig Avondmaal.

God schiep de mens met een vrije wil. Geen marionetten maar wezens met een eigen keuze.

De juistheid van die keuzes valt te toetsen aan het menselijke geweten en aan het leerboek met waardevolle adviezen voor optimaal geluk dat God de mens gaf: de Bijbel. Adventisten doen hun uiterste best om vast te houden aan de beginselen zoals die door God voorgeschreven zijn:

Adventisten aanvaarden het offer van Christus. Door zijn dood aan het kruis nam Hij onze zonden op zich en gaf Hij aan solidair met ons te zijn tot in de dood.

Daarmee geeft Hij ons uitzicht op een eeuwig leven, hoewel onze verkeerde keus vanaf de zondeval eigenlijk had moeten leiden tot een eeuwige dood.

Het eeuwig leven dat Hij ons aanbiedt is niet door mensen te verdienen, maar is door zijn offer bereikbaar voor iedereen die het wil aanvaarden. Die aanvaarding komt niet alleen in woorden tot uiting maar ook in daden.

Adventisten zien God niet als iets, maar als iemand. God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest worden beleden als personen.

Adventisten geloven niet in een onsterfelijke ziel. Wie overlijdt, rust in het graf totdat Christus terugkomt.

Op dat moment worden de graven geopend en worden de doden opgewekt om samen met de levenden geoordeeld te worden.

Adventisten gaan ervan uit dat profetische Bijbelboeken geldingskracht hebben gedurende de gehele wereldgeschiedenis. Wie ze verstaat kan er de adembenemende precisie in terugvinden waarmee de ondergang van de wereldmachten als het Griekse en Romeinse Rijk voorspeld werden en tal van andere markante gebeurtenissen tot in onze tijd en daaraan voorbij.

De profetie geeft aan dat het einde van onze wereldgeschiedenis onafwendbaar ophanden is met als climax de wederkomst van Christus.

Adventisten vieren overeenkomstig het vierde gebod de zevende dag als rustdag, Dat houdt in dat ze op zaterdag geen arbeid verrichten en zich bezighouden met recreatie in de meest letterlijke betekenis.

Dat betekent een bezinning op de schepping, de wijze waarop we met elkaar omgaan en op de nieuwe aarde die ons in de Bijbel beloofd is.

Adventisten vieren regelmatig een open avondmaal, waaraan iedereen kan deelnemen die belijdt dat Christus voor hem of haar is gestorven. Het avondmaal wordt voorafgegaan door een voetwassing naar het bijbelse voorbeeld van Jezus.

Adventisten kiezen voor de volwassendoop. Mensen die hun leven in overeenstemming willen brengen met Gods beginselen, belijden dat in het openbaar en laten zich door onderdompeling begraven in een symbolisch watergraf. De "opstanding" daaruit markeert het begin van een nieuw leven.

Adventisten staan vrijwillig tien procent van hun inkomen af voor het in stand houden van het werk van de Adventkerk.

Dat werk bestaat naast evangelieverkondiging onder meer uit projecten in ontwikkelingslanden en noodhulp in rampgebieden. Laatstgenoemde activiteiten worden wereldwijd o.a. georganiseerd in het Adventist Development and Relief Agency (ADRA), dat ook in Nederland vertegenwoordigd is.

Hier vind je een opsomming van de 28 belangrijkste geloofspunten van de Zevende-dag Adventisten. Het originele document van 27 punten stamt uit 1985. De recente toevoeging van het 11e geloofspunt heeft plaatsgevonden in 2005. Bij elk punt worden een reeks bijbelteksten genoemd die de onderbouwing vormen.